Demotraining en clinic over materiaal Anne Vlieg bij JCV: ‘Voor 70 procent bepaal jij het’

De ogen en oren van alle deelnemers zijn op hem gericht als Anne Vlieg praat over ‘totaaltafeltennis’. Links op de voorgrond Rob van Kasteren, rechts Kees Derksen.

We moesten ons hele arsenaal aan tafels ervoor in paraatheid brengen en De Zaal werd er volledig voor benut: zo’n twintig jeugd- en seniorenspelers kregen vrijdagavond bij JCV een demonstratietraining van oud-bondscoach Anne Vlieg en die maakte aan iedereen duidelijk dat ‘materiaal’ weliswaar een bepalende factor is, maar dat de invloed van ‘frame en rubbers’ niet moet worden overschat. “Voor minstens 70 procent bepaal jij het zelf. De speler zelf is verantwoordelijk voor de punten en de fouten die je maakt.”

Anne Vlieg vrijdagavond in actie tijdens zijn demonstratietraining bij ons in De Zaal.

De deelnemers aan de ‘materiaalclinic’ kwamen vrijdagavond van diverse kanten. Uit eigen gelederen, maar bijvoorbeeld ook uit Den Bosch, Nuland, Eindhoven en Veldhoven waren ze aangemeld. Anne Vlieg nam hen aan de hand van eigen ervaringen en anekdotes ruim anderhalf uur mee langs onderwerpen als spelplezier, bewegen, ontspanning, voetenwerk, controle, geduld, het belang van een goede service, vooruitdenken. En nog veel meer.

‘Totaaltafeltennis’

Zo legde Vlieg uit dat trainen op 50, 60, 70 of 80% van de tafel vaak veel zinvoller is en veel meer plezier kan brengen dan eindeloos forehand- of backhand-contra te ‘trainen’. “Leuk om vastheid te oefenen, maar in een wedstrijd is ELKE bal anders en wordt nooit contra gespeeld. Ga trainen op het spelen van totaaltafeltennis”, adviseerde hij met een verwijzing naar de term ‘totaalvoetbal’ die ooit voor het Nederlands (voetbal)elftal werd uitgevonden.
Met het noemen van Timo Boll en Jan-Ove Waldner beoogde de ‘Groningse Fries’ (Vlieg woont tegenwoordig in Franeker) te benadrukken dat trainen een soort van maatwerk is en dat er ook groot onderscheid is tussen topspelers.
“Boll traint bijna nooit op meer dan twintig procent van zijn vermogen”, verklapte hij een ‘geheim’ van de Duitse routinier. “En Waldner was bepaald geen toonbeeld van goed bewegen of goed voetenwerk. Dat had hij ook niet nodig; zijn inzicht, z’n gevoel en touch… Pfff. Hij wordt niet voor niets de ‘Mozart van het tafeltennis’ genoemd”, roemde hij de Zweedse oud-wereldkampioen.

Adviezen

Hoewel aangekondigd als een clinic over ‘tafeltennismateriaal’, vormde dat ‘materiaal’ slechts een bescheiden onderdeel van Vliegs demonstratie. Aan algemene aanbevelingen voor frames en rubbers – of die voor deelnemers allround, defensive, controle, snel of langzaam etcetera moesten zijn – waagde hij zich niet. “Laat je niet gek maken. Een hoop materiaal is gewoon onzin en het wordt overdreven belangrijk gemaakt. De speler bepaalt”, luidde zijn raadgeving.
Wel had Anne Vlieg wat algemene adviezen. “Onderhoud je rubbers! Maak ze schoon voor elke training en elke wedstrijd en speel er niet langer mee dan hooguit één jaar. (Al is dat natuurlijk ook weer afhankelijk van hoe vaak je traint en speelt.) Als rubbers te veel hebben geleden wordt de toevalsfactor groter. En dat is nu juist iets wat je bij tafeltennis niet wilt hebben”, benadrukte hij. “Maar bezuinig niet op je frame! Dat is het hart van je batje en als dat goed en vertrouwd voelt, kun je er makkelijk tien jaar mee doen.”